Mede uit ons taalgebruik,
blijkt hoe we de wereld zien

Mijn lief en ik kijken heel anders naar de wereld. In letterlijke zin.
En dat is enorm leerzaam voor ons allebei.

Bij een van onze eerste dates hadden we het al kunnen opmerken, maar toen hadden we andere dingen aan ons hoofd.
In de jaren erna merkten we op dat mijn lief zich beter kan oriënteren dan ik, ook op plekken waar hij nooit eerder is geweest.
En hij leerde vrij snel dat wanneer hij mij wilde uitleggen waar ik naartoe moest, straatnamen noemen veel minder effectief was dan markeringspunten als een gebouw, een boom of een plein.

Maar dat we werkelijk anders kijken naar onze omgeving, merkten we een tijdje geleden.
We liepen samen door de stad en we wilden vanuit het centrum naar een winkel buiten het centrum. We stonden even stil om de route te overleggen.
Ik had geen idee waar die winkel lag ten opzichte van waar we stonden, maar ik wist wel globaal welke route we konden nemen.
Dat maakte mijn lief nieuwsgierig, want hoe kon ik een route bedenken zonder helder te hebben waar het einddoel lag?

Zo merkte ik op dat ik een groot deel van navigeren in feite op geheugen doe.
Heb ik een route een keer afgelegd, dan kan ik die vaak wel (grotendeels) reproduceren. Dit heb ik geleerd doordat ik als kind regelmatig mijn ouders kwijtraakte omdat ik niet op mijn omgeving lette. Uiteraard gebeurde dat vooral tijdens vakanties in het buitenland. Pure paniek, voor mij én mijn ouders.
Maar goed, zo heb ik dus een soort fotografisch geheugen ontwikkeld. Of ik had dat al en dit is de manier waarop ik dat benut.
In mijn hoofd bestaat een route uit allemaal losse foto’s die ik achter elkaar leg om ergens uit te komen. Straten zijn voor mij plekken.

Voor mijn lief daarentegen, zijn straten verbindingsstukken tussen A en B.
Hij neemt minder gedetailleerd waar dan ik, omdat hij het geheel als een route beschouwt, als iets waar je doorheen reist.
Waar straten voor mij een foto zijn, zijn ze voor hem een video. Voor mij een vijver, voor hem een stromende rivier.
Hij hoeft mede daarom ergens niet eerder geweest te zijn, om te weten waar het hem zal brengen.

Wanneer we met elkaar checken of we het over dezelfde plek hebben, gebruikt hij steevast taal die beweging aangeeft (‘We namen die afslag en gingen richting …‘) en ik gebruik taal die vanuit ons bezien stilstaat (‘Toen we daar stonden en die andere auto reed daar, jij zei …‘).
Hij speelt een video af, ik beschrijf een foto, een momentopname.
Ook iets dat we pas opmerkten toen we dit verschil hadden ontdekt.

Intrigerend, vind ik dit. We doen ons best om elkaars taal te leren en daarmee ook te leren hoe de ander kijkt. Het verrijkt ons eigen wereldbeeld.
En ik vind het een mooi voorbeeld van hoe je je bewust(er) kan worden van jezelf, door het contrast met iemand anders.

Leave a comment

Your email address will not be published.