Er moet ook ruimte zijn voor leegte.

Er was een tijd dat het hebben van veel spullen voelde als luxe, als overal op voorbereid zijn.
Maar er is een omslagpunt. Er komt een moment waarop veel té veel is.

Ik wil graag voélen dat ik ruimte heb. En dat doe ik niet door iedere kamer te vullen. Er moet ook ruimte zijn voor leegte.
Niet voor niets is leegte een hoog begrip uit het Boeddhisme.

Net zoals stilte niet enkel de afwezigheid is van geluid, zo is leegte niet enkel een kwestie van ‘niets neerzetten’.
Leegte kan heel aanwezig zijn wanneer het een gemis is. Keer op keer opnieuw stoot je je pijnlijk aan de leegte, omdat daar eigenlijk juist iets had moeten zijn.
Terwijl leegte ook volkomen onmerkbaar op de achtergrond kan zijn, wanneer ze zo vanzelfsprekend de ruimte inneemt die voor haar bedoeld is.

Een kunstenaar vertelde mij ooit dat je een schilderij kan ‘doodkleuren’.
Wanneer alles opgevuld is, stikt het tafereel. Er is letterlijk ademruimte nodig, lucht, leegte om het geheel te laten leven.

Net zoals een hartslag het samenspel is van een klop en de stilte, een gesprek bestaat uit luisteren en vertellen, zo is een thuis voor mij een plek van zowel zijn als niet zijn. Een plek die ruimte laat aan wat je nu (nog) niet bent.

Nu ik erover nadenk, vermoed ik dat het een dans is tussen ego en ziel. Dat het ego zo graag een stempel wil drukken, alles wil opvullen met zichzelf. Maar dat het na verloop van tijd verstikkend werkt, omdat het geen ruimte meer laat voor méér dan je kleine ikje. En als je daarin rond blijft draaien, is geen enkel huis of paleis ooit groot genoeg.

Leave a comment

Your email address will not be published.