Wat we ook vertellen,
hoe we ook vertellen,
we tonen altijd onszelf.

Geen enkel mens, dier of plek is op welk moment in de tijd dan ook een blanco canvas.
Misschien dat velen van ons daarom dichtklappen van staren naar een leeg vel. Het voelt zo tegennatuurlijk. Als je helemaal niets hebt om op aan te haken, waar begin je dan?
‘Daarom,’ zegt mijn lief hierop nadenkend, ‘is het begin van A Christmas Carol zo goed: “Marley was dead, to begin with.” Dit creëert direct een context, het suggereert een verleden, een begin en tegelijk een vervolg.’
Precies.

Een blanco canvas kan, behalve verlammen, ook enorm helpen met niets als vanzelfsprekend aannemen. Wanneer je alles zelf hebt te creëren, ga je als vanzelf met veel meer aandacht kijken naar de wereld om je heen. Zoals iedereen weet hoe een olifant eruit ziet, totdat je er eentje moet tekenen.

De paradox is dat een blanco canvas wel en tegelijk niet bestaat. Ik heb ooit eens gelezen dat creativiteit beschouwd wordt als het goddelijke scheppingsvermogen, en dat van alle aardse bewoners alleen de mens dit vermogen heeft gekregen. Tegelijk is onze creativiteit dat van de kinderen van de goden. Wij scheppen niet vanuit het niets. Wij beginnen niet met totale leegte. Wij hebben instrumenten tot onze beschikking die we kunnen gebruiken, materialen, talenten, noem maar op.
Onze creativiteit houdt in dat we opmerkzaam zijn van wat er om ons heen en binnenin gebeurt, en dat we daar iets mee doen. De wereld is voor ons gecreëerd, wij mogen haar ontdekken, haar aanschouwen vanuit een oneindige hoeveelheid ogen. En daarmee het creatieproces voortzetten.

Toen ik begon met mijn eigen beeldmateriaal maken, had ik een paar poppen en een lege plank in een boekenkast. Mijn blanco canvas, dacht ik. En ik had geen beeld voor me van wat ik wilde maken, enkel een gevoel en een waslijst aan items waar ik tutorials van had.
Ik begon met een vloer leggen op die plank. Niet volgens de voorbeelden, maar naar een ingeving die ik wilde uitproberen. Het werkte.

Vervolgens maakte ik een haard. Ik deed het niet eens bewust, die volgorde. En de haard maakte ik evenmin naar een voorbeeld. Die haard ontstond uit materialen die ik had en uit principes die ik toepaste. Want de voorbeelden waren het voor mij allemaal net niet.
Mijn haard is geen meubelstuk, besefte ik later. Mijn haard is mijn eigen ver-beelding van warmte, sfeer en veiligheid. Van een thuis. Denk aan het vuur van de oude vertelkring, het vuur dat wilde dieren op afstand hield, het vuur dat ons verwarmde en ons de mogelijkheid gaf om te zien in de duisternis.
En het was pas heel veel later dat tot me doordrong dat ik, door te beginnen met de haard, een heel oud ritueel volgde. De godin van het heilige (haard)vuur werd altijd het eerst geëerd bij iedere ceremonie, middels het ontsteken van vuur. Vuur was het kloppende hart van ieder huis en iedere tempel.
Het grappige is: dit wist ik, maar tijdens het maken was ik hier totaal onbewust van. Nu pas begrijp ik waarom de haard zo vaak op de achtergrond opduikt in mijn foto’s.

Wat we ook vertellen, hoe we ook vertellen, we tonen altijd onszelf. En zowel wijzelf als dat wat wij creëren is nooit een blanco canvas.

Leave a comment

Your email address will not be published.